Menu

Blue News

U bent hier

Toelichting bij de Wet op het databeslag en de niet-heimelijke zoeking in een informaticasysteem (update na arrest van het Grondwettelijk Hof d.d. 06/12/2018, gepubliceerd in BS 22/01/2019)

Toelichting bij de Wet op het databeslag en de niet-heimelijke zoeking in een informaticasysteem (update na arrest van het Grondwettelijk Hof d.d. 06/12/2018, gepubliceerd in BS 22/01/2019)

Op 6 december 2018 heeft het Grondwettelijk Hof een aantal bepalingen vernietigd van de Wet van 25 december 2016 (houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en het Strafwetboek, met het oog op de verbetering van de bijzondere opsporingsmethoden en bepaalde onderzoeksmethoden met betrekking tot internet en elektronische en telecommunicaties en tot oprichting van een gegevensbank stemafdrukken). Het arrest werd op 22 januari 2018 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 

Het gaat onder meer om de vernietiging van §3 van het nieuwe artikel 39bis van het Wetboek van strafvordering, dat de procureur des Konings de bevoegdheid gaf om een zoeking in een in beslag genomen of niet in beslag genomen maar inbeslagneembaar informaticasysteem (of een deel ervan) uit te breiden naar een netwerkzoeking via dit informaticasysteem.

Tevens werd artikel 13 van de Wet van 25 december 2016, dat de opheffing van het voormalige artikel 88ter van het Wetboek van strafvordering regelde, vernietigd. Het voormalige artikel 88ter van het Wetboek van strafvordering, dat de onderzoeksrechter de bevoegdheid gaf om een zoeking in een informaticasysteem (of een deel ervan) uit te breiden naar informaticasysteem (of een deel ervan) dat zich op een andere plaats bevindt, zal bijgevolg opnieuw worden ingevoerd.

Concreet houdt de vernietiging van de hiervoor vermelde bepaling in dat enkel de onderzoeksrechter nog bevoegd zal zijn om een zoeking in een informaticasysteem (of een deel ervan), dat een externe verbinding maakt, of een netwerkzoeking uit te (laten) voeren. Deze onderzoeksdaad zal mogelijk zijn in mini-onderzoek.

Artikel 39bis van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij artikel 2 van de Wet van 25 december 2016, wordt tevens vernietigd voor zover er niet wordt voorzien in specifieke bepalingen om het beroepsgeheim van artsen en advocaten beter te beschermen bij een niet-heimelijke zoeking. Er was tot nu toe enkel in de bescherming van het beroepsgeheim van artsen en advocaten voorzien bij een heimelijke zoeking in een informaticasysteem conform artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering.

Het Grondwettelijk Hof verduidelijkte in het arrest de interpretatie die gegeven wordt aan het begrip ‘kennisgeving aan de verantwoordelijke van het informaticasysteem’. Voortaan zal niet enkel de verantwoordelijke van het informaticasysteem in kennis moeten worden gesteld, maar ook de verdachte(n),  wiens gegevens in het informaticasysteem zijn opgeslagen voor zover deze gegevens het voorwerp uitmaken van de zoeking. Om te vermijden dat de verdachte in kennis zal worden gesteld, dient men een heimelijke zoeking uit te voeren conform artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering.

Zodra het arrest van het Grondwettelijk Hof in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is, zullen bovenvermelde bepalingen van toepassing zijn in de praktijk.