Ondermijnende criminaliteit vormt vandaag één van de grote uitdagingen voor lokale besturen en politiezones. Ondermijnende criminaliteit kan worden omschreven als het doorwerken van de georganiseerde criminaliteit in het socio-economische weefsel van steden en gemeenten: malafide handelszaken die worden opgericht om (witwas)misdrijven te faciliteren of om een ‘legale’ status te verwerven in de samenleving, sportverenigingen die worden gesponsord om jongeren te recruteren, infiltreren van openbare besturen of bedrijven, etc. Naast een strafrechtelijke aanpak van de misdrijven, is een bestuurlijke aanpak van deze neveneffecten een noodzakelijke aanvulling. De focus ligt hier niet op bestraffen, maar op het vermijden dat de onderwereld zo voet aan grond krijgt in de lokale samenleving. De klemtoon ligt dan op preventie; vermijden dat het eerlijk handelsklimaat wordt verstoord, dat er andere normen en waarden op straat worden geïnjecteerd, dat minderjarigen worden ingeschakeld voor criminele doeleinden en dat helaas frequente geweldaanslagen tegen woningen en handelszaken worden gepleegd.
Specifiek voor wat betreft de malafide handel (economische ondermijning), biedt de wetgever thans enkele instrumenten aan de lokale besturen, gaande van sluitingsbevoegdheden indien uitbatingen worden misbruikt voor drugmisdrijven of economische of seksuele exploitatie, tot het opleggen van een vergunningsplicht in welbepaalde sectoren. Gekoppeld aan een integriteitsonderzoek kunnen uitbatingen zo geweerd worden wanneer er sprake is van een ‘ondemijningsrisico’. Deze bestuurlijke aanpak kan rekenen op heel wat kritiek van mensenrechtenorganisaties. Nochtans vergeten zij dat ook in de bestuurlijke procedure heel wat waarborgen aanwezig zijn die een zorgvuldig en proportioneel bestuurlijk optreden én de mogelijkheid voor betrokkene om zich in die procedure te verweren, waarborgen. Het Grondwettelijk Hof legde in duidelijke bewoordingen op 6 november 2025 (arrest nr. 2025/142) de critici het zwijgen op en benadrukte de fundamentele rol van lokale besturen in de aanpak van deze ondermijnende criminaliteit.
Terwijl de signalen uit beleid en onderzoek steeds luider klinken en de wetgever nu ook bepaalde mogelijkheden aanreikt, blijft één cruciale vraag opvallend onderbelicht: hoe benutten we de kracht van bestuurlijke verslaggeving om ondermijning vroegtijdig en doeltreffend aan te pakken? De masterproef vertrekt precies vanuit die leemte en focust op de bestuurlijke verslagen die de lokale politie met het bestuur deelt. Documenten die dagelijks bijdragen aan beslissingen van burgemeesters maar tot nu toe nauwelijks wetenschappelijk werden onderzocht. Nochtans spelen ze een sleutelrol in de strijd tegen ondermijning en in de realisatie van deugdelijk bestuur. Tegelijkertijd moet het wettelijk kader inzake informatiedeling worden nageleefd. Politiediensten moeten zich er steeds bewust van zijn dat bestuurlijke verslagen in een procedure worden aangewend en de betrokkenen hier dan ook kennis van nemen.
Het onderzoek gaat na in welke mate die verslagen effectief het besluitvormingsproces ondersteunen, of ze aansluiten bij de waarden van goed bestuur en in hoeverre er sprake is van een uniforme, doordachte beleidsaanpak. Vijf deelvragen leiden tot een reeks opmerkelijke inzichten. Zo werd een formeel én inhoudelijk toetsingskader ontwikkeld met concrete variabelen en indicatoren die de politiemedewerkers een houvast bieden bij het opstellen en beoordelen van kwaliteitsvolle verslagen. Daarnaast toont de studie dat bestuurlijke handhaving nog onvoldoende structureel is ingebed in beleidsdocumenten. Veel politiezones beschikken niet over een gedocumenteerd proces, zelfs wanneer sjablonen wel bestaan. Ook blijkt dat het potentieel aan expertise — intern en extern — nog te weinig wordt benut, hoewel de verslagen doorgaans wel de waarden van deugdelijk bestuur weerspiegelen. De nieuwe Wet Gemeentelijke Bestuurlijke Handhaving (2024) creëert een momentum om verslaggeving te professionaliseren, processen te verduidelijken en beleidslijnen beter op elkaar af te stemmen.
De aanbevelingen van de masterproef pleiten voor een meer gecoördineerde, waarde-georiënteerde en toekomstgerichte aanpak. Het onderzoek biedt een empirisch onderbouwde blik op een beleidsinstrument dat vaak wordt gezien als routine maar in werkelijkheid een krachtige hefboom kan zijn voor effectieve bestuurlijke handhaving.
Kortom: de studie nodigt lokale besturen en politiezones uit om verder te kijken dan het verslag alleen en te ontdekken hoe doordachte verslaggeving een essentieel onderdeel kan worden van een robuuste aanpak tegen ondermijning.