BlueConnect is een online bibliotheek van Vanden Broele

Nieuwe omzendbrieven versterken jeugdgerichte politieaanpak

Met twee vandaag in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde ministeriële omzendbrieven wordt de jeugdgerichte werking van de geïntegreerde politie verder aangescherpt. De vernieuwde PLP 41 actualiseert de samenwerking tussen lokale politiezones, scholen en jeugdpartners. De omzendbrief over de minderjarigenreflex voert daarnaast een algemeen handelingskader in voor elk politiecontact waarbij minderjarigen betrokken zijn. Samen leggen ze de nadruk op vroegtijdige detectie, proportioneel optreden, samenwerking met partners en structurele aandacht voor kwetsbare jongeren.

Minderjarigen vragen een aangepaste politieaanpak

De minderjarigenreflex vertrekt vanuit het uitgangspunt dat elk politiecontact met een minderjarige rekening moet houden met diens leeftijd, maturiteit, context en kwetsbaarheid. Dat geldt ongeacht of de jongere slachtoffer, getuige, verdachte of omstaander is. De politie behoudt haar wettelijke bevoegdheden en kan kordaat optreden wanneer dat nodig is, maar het optreden moet steeds wettelijk, noodzakelijk, proportioneel en aangepast zijn aan de situatie van de minderjarige.

De omzendbrief vertaalt dit in een generiek stappenplan met vijf fasen: aanleiding, situering, beoordeling, actie en nazorg. Voor politiemedewerkers betekent dit in de praktijk dat zij niet enkel kijken naar het onmiddellijke feit of incident, maar ook naar de bredere context: mogelijke verontrusting, schooluitval, groepsdruk, digitale kwetsbaarheid, drugsproblematiek of een onveilige thuissituatie. Bij twijfel wordt afstemming verwacht, intern of met de bevoegde parketmagistraat.

PLP 41: van schoolcontact naar breder jeugdnetwerk

De vernieuwde PLP 41 vervangt de omzendbrief uit 2006 en verbreedt de focus. Waar de vroegere regeling vooral vertrok van samenwerking met scholen rond geweld, afpersing en wapenbezit, houdt de nieuwe omzendbrief rekening met actuele jeugdproblematieken zoals drugs, cyberpesten, sextortion, niet-consensuele verspreiding van beelden, radicalisering, rekrutering door georganiseerde criminaliteit, spijbelen, verontrustende opvoedingssituaties, amokincidenten en verkeersveiligheid rond scholen.

De rol van de lokale politie wordt daardoor ruimer dan punctuele tussenkomsten in of rond scholen. In de praktijk vraagt PLP 41 een meer structurele jeugdwerking, opgebouwd rond drie actordomeinen: lager onderwijs, secundair onderwijs en de bredere leefwereld van jongeren, zoals buurt, sport en straat. De PLP 41-referent werkt daarbij transversaal rond preventie, interventie, onderzoek, slachtofferzorg en herstel.

De PLP 41-referent als sleutelpersoon

Een belangrijk praktisch gevolg is de versterkte rol van de PLP 41-referent. Die is niet alleen aanspreekpunt voor scholen, maar ook ambassadeur van de minderjarigenreflex binnen de lokale politiezone. De referent moet collega’s ondersteunen bij een correcte en professionele omgang met minderjarigen en fungeert als eerste aanspreekpunt bij vragen over de toepassing van de reflex in concrete situaties. Korpschefs moeten erop toezien dat de referent voldoende opleiding en ondersteuning krijgt.

In secundaire scholen moet de lokale politiezone met elke school een samenwerkingsovereenkomst sluiten. Die overeenkomst bevat minstens afspraken over spijbelen, jeugddelicten, contactprocedures, doorverwijzing en veiligheidsprocedures. Voor lagere scholen ligt de nadruk vooral op preventieve aanwezigheid, vroege detectie van risicosignalen en samenwerking met CLB en jeugdhulpactoren.

Gevolgen voor het dagelijks politiewerk

Voor interventieploegen, wijkinspecteurs, jeugdinspecteurs en recherche betekent dit dat jeugdgerelateerde situaties systematischer moeten worden benaderd. Bij een tussenkomst met minderjarigen volstaat het in de praktijk niet om enkel het strafbare feit of de onmiddellijke ordeverstoring af te handelen. De omzendbrieven sturen aan op een bredere beoordeling van mogelijke achterliggende kwetsbaarheid of risico’s.

Dat kan bijvoorbeeld relevant zijn bij een drugsfeit aan school, een jongere die mogelijk als geldezel wordt ingezet, een vechtpartij die online werd uitgelokt, een melding van sextortion, herhaald spijbelen of een tussenkomst in een gezin waar kinderen aanwezig zijn. De minderjarigenreflex vraagt dat politiemedewerkers hun communicatie aanpassen, uitleggen wat er gebeurt, ouders of burgerlijk aansprakelijken verwittigen tenzij dit de veiligheid of het onderzoek schaadt, en waar nodig doorverwijzen naar de juiste partners.

Structurele opvolging binnen de politiezone

De vernieuwde PLP 41 legt ook organisatorische verwachtingen op. De aanpak van jeugddelicten en jongeren in verontrustende opvoedingssituaties moet worden meegenomen in het zonaal veiligheidsbeleid. De korpschef moet de relevante prioriteiten opnemen in het zonaal veiligheidsplan en de resultaten periodiek agenderen in de zonale veiligheidsraad. Ook de werking van de PLP 41-referent, de samenwerkingsovereenkomsten met scholen en eventuele nieuwe fenomenen moeten jaarlijks worden besproken.

De bespreking in de zonale veiligheidsraad kan leiden tot sensibiliseringscampagnes, versterking van bestaande maatregelen of bijsturing van het zonaal veiligheidsplan. De omzendbrief bevat ook concrete timing: onder meer de bespreking in de zonale veiligheidsraad, de aanstelling en werking van de PLP 41-referent en de samenwerkingsovereenkomsten met onderwijsinstellingen moeten verder administratief worden opgevolgd en binnen de voorziene termijnen worden overgemaakt aan de bevoegde diensten.

Aandachtspunten voor lokale politiezones

Voor lokale politiezones komen vooral deze aandachtspunten naar voren:

  1. Duid een duidelijke PLP 41-referent aan en zorg voor continuïteit, opleiding en interne bekendheid van die rol.

  2. Vertaal de minderjarigenreflex naar de praktijk, bijvoorbeeld via briefing, opleiding, casusbespreking, interventierichtlijnen en nazorg.

  3. Actualiseer de samenwerking met scholen, zeker in het secundair onderwijs, via duidelijke overeenkomsten en procedures.

  4. Veranker jeugdproblematieken in het zonaal veiligheidsbeleid, met jaarlijkse bespreking in de zonale veiligheidsraad.

  5. Werk ketengericht, met CLB, jeugdhulp, lokale besturen, sport- en jeugdactoren, straathoekwerk en niet-politionele veiligheidsactoren.

  6. Bewaak informatie-uitwisseling, want contacten met scholen en partners moeten gebeuren binnen het kader van de wet op het politieambt, de gegevensbeschermingswetgeving en de AVG.

Besluit

De twee omzendbrieven maken duidelijk dat de omgang met minderjarigen een structureel aandachtspunt is binnen de lokale politie. Elk contact met een minderjarige vraagt een professionele reflex, afgestemd op rechten, kwetsbaarheid en context. Tegelijk wordt van politiezones verwacht dat zij hun samenwerking met scholen en jeugdpartners organiseren, fenomenen lokaal analyseren en hun aanpak bestuurlijk verankeren.

Voor politiemedewerkers op het terrein betekent dit in de praktijk geen keuze tussen zorg en handhaving. De kernboodschap is dat beide samen moeten worden bekeken: correct en kordaat optreden waar nodig, maar steeds met oog voor de minderjarige, het slachtoffer, de context en de verdere opvolging.

Deel deze update via LinkedIn
Deel deze update via Facebook
Deel deze update via Twitter
Deel deze update via e-mail

Al onze nieuwsberichten in uw mailbox?

Schrijf u in op één of meerdere van onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van nieuwe regelgeving, relevante actualiteit, niet te missen opleidingen en studiedagen, ...